Onderzoek naar ZitplaatsZoeker voor de Nederlandse Spoorwegen
Opleiding

Onderzoek naar ZitplaatsZoeker voor de Nederlandse Spoorwegen

2de Jaars studenten Mobiliteit van Breda University of Applied Sciences hebben in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen een onderzoek uitgevoerd naar de druktebeleving in de trein en hoe dat toegepast kan worden in de tool “ZitplaatsZoeker”. Deze tool draagt bij aan de informatie-voorziening om de reis prettiger te maken voor hun reizigers.

De ZitplaatsZoeker is onderdeel van de NS reisplanner en toont welk rijtuig nog voldoende zitplaatsen heeft.

Centrale vraag vanuit NS voor dit gedragsonderzoek is: “In hoeverre komt de drukte-voorspelling van de ZitplaatsZoeker overeen met de druktebeleving van de reiziger en met de werkelijke drukte in de treinen”?

Het onderzoek bestond uit een enquête onder treinreizigers waarin ze gevraagd werd welke kleur (groen-geel-oranje) en cijfer (1 t/m 10) zij gaven aan de drukte van de coupe op dat moment. Daarnaast is ook de feitelijk drukte in de treinen gemeten. De enquêtes zijn op dinsdag 29 januari 2018 in verschillende soorten treinen en op verschillende trajecten en tijden uitgevoerd door drie groepen studenten. Ongeveer 1200 treinreizigers hebben meegedaan aan dit onderzoek.

Na het uitvoeren van het veldwerk en het analyseren van de verwerkte data, werden de resultaten op dinsdag 26 februari 2019 gepresenteerd in het hoofdkantoor van de NS in Utrecht. Het publiek werd gevormd door de opdrachtgever Thijs van Daalen en Sander van den Berg, verschillende medewerkers van de NS, Lizanne Hessels en Hidde Westerweele van de Breda University op Applied Sciences, en alle studenten die mee hebben gewerkt aan het onderzoek.

‘De reiziger was bijna altijd bereid om mee te werken aan het onderzoek.’ -David Vlot, Student BUAS

 

De presentaties werden afgetrapt door David Vlot en Wouter Andriessen.

11Zij gaven een beschrijving van de veldwerkdag en beantwoordden de deelvragen: “Wat is de invloed van de twee variabelen materieeltype en locatie, op de druktebeleving in de trein?”
Qua materieeltype (dubbeldeks, enkeldeks en sprinter) bleken de resultaten nagenoeg gelijk aan elkaar te zijn. Wel viel het op dat bij de dubbeldekkers er sterker gereageerd werd op de drukte in de treinen. Een verklaring hiervoor kan zijn dat dit treintype glazen tussenwanden heeft tussen de eerste en de tweede klas, waardoor men vanuit de drukkere tweede klas direct in de eerste klas kan kijken. Met betrekking tot de locaties (Randstad, schil en overig) waren de uitkomsten niet nagenoeg gelijk aan elkaar. De belangrijkste conclusie was dat indien de trajecten drukker zijn (Randstad), de drukte in de trein eerder geaccepteerd wordt.

De tweede groep presenteerde de resultaten van de deelvragen “Wat is de invloed van de twee variabelen tijd en motief, op de ervaren drukte in de trein?”. Namens deze groep werd de presentatie gehouden door Matthew Cumpson en Jelmer Klerks. Uit het onderzoek bleek dat de grootste verschillen naar voren kwamen als de spitsuren met de daluren werden vergeleken. Tot slot werd er gekeken naar de verschillen in drukte beleving van studenten en overige reizigers. De conclusie was dat dit verschil gering is.

‘Er is weinig verschil tussen de druktebeleving van een student en een niet-student.’ - Matthew Cumpson, Student BUAS

 

De laatste groep, in de personen Marijn Roes en Simon van der Schaft, presenteerden het eindadvies aan alle betrokkenen van de NS. Eén van de adviezen was het toevoegen van een rode kleur aan de drie reeds gebruikte kleuren in de app. Dankzij deze vierde kleur kan meer onderscheid gemaakt worden in de druktebeleving in de coupé. Verder werd ook geadviseerd om LED-strips te bevestigen aan de perrondaken, geïnspireerd op de technologie die op spoor 1 en 2 van het station van Schiphol Airport gebruikt wordt. Op deze LED-strips op het perron kunnen reizigers voor het instappen zien waar het in de trein druk of rustig is. Dit kan ook toegepast worden op de al bestaande blauwe reisinformatieschermen boven de perrons.

Na de presentatie was er nog de mogelijkheid voor het publiek om vragen aan de groepen te stellen en ontstond een plenaire discussie. Onderwerpen die naar voren kwamen waren onder andere de werkzaamheden voorafgaand aan het veldwerk, de druktebeleving in de eerste klas en de ervaringen van de studenten tijdens het veldwerk. Als laatste was er nog een evaluatie met de begeleiders over het onderzoek.

;